Partneralimentatie: wat verandert er in 2020?

scheiden

06.01.2020

Steeds meer vrouwen zijn financieel zelfstandig. Hierdoor is de maatschappelijke opvatting over partneralimentatie de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. In december 2018 ging de Tweede Kamer daarom akkoord met een wetsvoorstel herziening partneralimentatie. Per 1 januari van dit jaar gaat de nieuwe wet in en daalt de maximale duur van de partneralimentatie bij scheiding van twaalf naar vijf jaar.

Deze wet geldt voor alle nieuwe gevallen vanaf 1 januari 2020. In principe ben je verplicht om partneralimentatie te betalen als jouw ex-partner na de echtscheiding onvoldoende inkomsten heeft om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Daarbij wordt rekening gehouden met je levensstandaard ten tijde van het huwelijk. Er moet wel draagkracht zijn voor het betalen van alimentatie. Alimentatie voor kinderen gaat altijd voor.

  

Uitzonderingen op de vijfjaartermijn

Er wordt voor drie groepen uitzonderingen gemaakt op de nieuwe vijfjaartermijn. De eerste groep bestaat uit gehuwden met kinderen jonger dan twaalf jaar. De ouder die partneralimentatie ontvangt én voor de kinderen zorgt, heeft recht op alimentatie totdat het jongste kind twaalf is. Daarna is er volgens de regeling meer gelegenheid om te werken als de kinderen naar de middelbare school gaan.

Een tweede uitzondering wordt gemaakt voor gehuwden die langer dan vijftien jaar getrouwd zijn en binnen tien jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. In dat geval kan de ontvangende partner tot de AOW-gerechtigde leeftijd aanspraak maken op partneralimentatie.

De derde uitzondering geldt de komende zeven jaar. Alimentatieontvangers die 50 jaar of ouder zijn én langer dan vijftien jaar getrouwd, hebben maximaal tien jaar recht op partneralimentatie.

Ook is er een zogenaamde hardheidsclausule voor schrijnende gevallen. Hiervan is sprake als beëindiging van de partneralimentatie onredelijk slecht uitpakt voor de ontvanger, bijvoorbeeld bij ziekte of blijvende arbeidsongeschiktheid.

  

Daling belastingaftrek partneralimentatie vanaf 2020

Vanaf 2020 vermindert ook de belastingaftrek van partneralimentatie. Dan wordt het hoogste belastingtarief waartegen je de betaalde partneralimentatie mag aftrekken op je belastbaar inkomen, geleidelijk afgebouwd. Dat kan tot gevolg hebben dat je minder belastingvoordeel hebt. In 2020 is aftrekpercentage 46 procent. Dit percentage daalt geleidelijk naar 43 procent in 2021, 40 procent in 2022 en 37,05 procent in 2023.

  

Hoe hoog is de kinderalimentatie?

Kinderalimentatie berekenen is niet gemakkelijk. Er wordt met veel factoren rekening gehouden. Zo is kinderalimentatie onder meer afhankelijk van draagkracht, behoefte, aantal kinderen, verdeling van zorgtaken en de woonplek. Op basis van berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) levert het Nibud kostentabellen die inzicht geven in de kosten van een kind als percentage van het netto gezinsinkomen. Voor tweeoudergezinnen kost één kind gemiddeld 15 procent van het besteedbaar inkomen. Twee kinderen kosten gemiddeld 25 procent. Natuurlijk kunnen de werkelijke kosten afwijken. De rechter gebruikt deze kostentabellen als indicatie en alleen als de partners er samen niet uitkomen. De kinderalimentatie is overigens fiscaal neutraal. Dit betekent dat de betalende ouder het bedrag niet kan aftrekken voor de belasting en de ontvangende ouder het bedrag niet als inkomsten mag opvoeren.

  

Duidelijk verhaal

Naast alimentatie heb je misschien ook andere vragen over scheiden. Heb je een koophuis? Dan zal de waarde van het huis verdeeld moeten worden. Wil jij of je partner in het huis blijven wonen? Dan moet één van de partners de ander uitkopen. Dit heeft natuurlijk impact op je maandlasten en de hypotheekrenteaftrek. Onze adviseurs gaan graag met jou en je partner om de tafel.

 

Maak een afspraak