Gezinnen zeggen de spaarhypotheek vaarwel

hypotheekrente, renteontwikkelingen

29.01.2019

Zoals bekend komen nieuwe hypotheken sinds 2013 alleen nog in aanmerking voor aftrek van de hypotheekrente als ze annuïtair of lineair worden afgesloten. Waar doorstromers en oversluiters echter nog wel vasthouden aan aflossingsvrij, is dat minder het geval bij (bank)spaarhypotheken. Cijfers laten de laatste jaren met name bij de groep 25-35 jaar een daling zien. Deze afname lijkt groter dan alleen op grond van veroudering van mensen met oude hypotheekrechten mag worden verwacht.

Adviseurs merken in de praktijk een toename van met name doorstromende gezinnen met jonge kinderen die meer waarde hechten aan een lage en stabiele maandlast in de eerste jaren. Veel gezinnen kiezen voor de betaalbaarheid op de korte termijn, ook gelet op de fase waarin ze zitten met opgroeiende kinderen (kosten van kinderopvang bij jonge kinderen, kinderen die op (korte) termijn gaan studeren). Als de kinderen later 'de deur uit zijn' ontstaat er weer wat meer financiële ruimte. Deze consumenten vinden de lagere lasten op dit moment daarom belangrijker dan een versnelde aflossing bij het meenemen van de spaarhypotheek naar de nieuwe woning. Ook al betekent dit over de hele looptijd wel een hogere totale last. Spaarhypotheken zijn door de lage rente sowieso minder interessant geworden dan voorheen, als de lasten worden afgezet tegen een annuïteit. Dat laatste geldt helemaal als wordt vergeleken met een aflossingsvrije hypotheek. 

Ook bij andere groepen consumenten zien we dat er tegenwoordig vaker voor wordt gekozen om de spaarpolis af te kopen, ondanks dat het qua (totale) maandlasten gunstig kan zijn om de spaarhypotheek bij de nieuwe aanbieder voort te zetten. Dikwijls omdat de extra middelen gewoonweg nodig zijn om een nieuwe (duurdere) woning te kunnen kopen. Maar ook omdat er door inbreng van de afkoopwaarde van de polis kan worden volstaan met een lagere hypotheek, met een lagere rente (zonder NHG) en lagere maandlasten tot gevolg. Daarnaast neemt het voordeel van de spaarhypotheek ook af vanwege de versnelde afbouw van hypotheekrente aftrek. Verder is als gevolg van aanpassing van het fiscale regime (per 1 april 2017 is de eis van minimale duur van de premiebetaling komen te vervallen) het beëindigen van spaar- en beleggingspolissen eenvoudiger geworden. Het beëindigen van een (bank)spaarhypotheek in box 1 is wel onomkeerbaar.

Opslag hypotheekrente fiks hoger dan in januari 2017 en 2018
De rente op 10-jaars Nederlandse staatsleningen, basis voor de hypotheekrente, bereikte afgelopen vrijdag het laagste punt sinds november 2016. Beleggers kiezen voor veilige staatsobligaties omdat ze zich op dit moment veel zorgen maken over de Brexit, de handelsbetrekkingen tussen Amerika en China, en de afremmende wereldeconomie. ECB-president Draghi liet donderdag echter weten vooralsnog geen rekening te houden met een nieuwe recessie. Wellicht dat de grote onzekerheid een verklaring vormt voor de sinds november fors opgelopen rentemarge. Deze kosten-/winstopslag in de hypotheekrente ligt tot dusverre in januari met gemiddeld 1,55%-punt hoger dan in januari 2018 (+0,30%-punt) en januari 2017 (+0,20%-punt). Dit gaat dus tegen de trend van de laatste jaren in, waarin de marge juist daalde door toedoen van groeiende concurrentie en efficiëntere aanvraagprocessen. Mogelijk dat de krappe beschikbaarheid van funding bij een aantal geldverstrekkers een andere reden is voor het uitblijven van meer verlagingen van de hypotheekrente. Afgelopen week liet een wisselend beeld zien. Aanbieders als ABN Amro, Aegon, Obvion voerden wijzingen door; a.s.r. verhoogde voor de tweede keer in korte tijd de renteopslag voor aflossingsvrij. 

Zorgen DNB over verzekeraars
Sinds het jaar 2000 is het aantal Nederlandse levens- en schadeverzekeraars meer dan gehalveerd. Verzekeraars krijgen te maken met steeds hogere kosten op het gebied van administratie en toezicht en kampen daarnaast met moeilijke marktomstandigheden en teruglopende winstgevendheid. Het premievolume van levensverzekeringsproducten is sinds 2008 fors afgenomen. De Nederlandsche Bank (DNB) verwacht dat de markt voor individuele levensverzekeringen in de komende tijd verder zal krimpen. Uit een recente Europese stresstest blijkt dat Nederlandse verzekeraars vooral kwetsbaar zijn voor het scenario van een verder dalende rente in combinatie met een toegenomen levensverwachting. Volgens DNB moeten verzekeraars daarom hun kosten verminderen en hun verdienmodel aanpassen. Dit kan leiden tot fusies en overnames.

Op dit moment staat de Nederlandse verzekeraar en geldverstrekker Vivat (bekend van Reaal en Zwitserleven) in de verkoop. Onder meer a.s.r., Aegon en Allianz zouden belangstelling hebben. Vorig jaar nog werd Delta Lloyd door NN Group overgenomen. Het marktaandeel van de vijf grootste verzekeraars – Aegon, NN, Achmea, Vivat en a.s.r. - bedraagt op dit moment 87%.

Een financiële instelling is volgens DNB systeemrelevant wanneer zij bij een faillissement het financiële systeem en de reële economie kan ontwrichten. Aan verzekeraars worden - anders dan bij banken - (nog) geen extra kapitaaleisen gesteld. DNB signaleert echter dat de omvang van de vijf grootste Nederlandse verzekeringsgroepen vergelijkbaar of groter is dan van de kleinste Nederlandse systeembank.

Nieuws van De Hypotheekshop geeft een overzicht van de renteontwikkeling in de afgelopen weken. De verwachtingen die beschreven staan zijn altijd indicatief, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.