Gemiddelde aflossingsvrije hypotheek steeg in 2018 niet verder

hypotheekrente, renteontwikkelingen

15.01.2019

De gemiddelde hoogte van een aflossingsvrij leningdeel blijkt in 2018 niet verder te zijn gestegen, maar zelfs licht te zijn gedaald (€121.000). Dit is een breuk met de trend waarin de hoogte van een aflossingsvrij deel de laatste jaren juist telkens toenam (2013 €102.000, 2017 €122.000). Die andere veel gesloten aflosvorm, annuïteiten, liep in deze periode nauwelijks op (2013 €127.000, 2017 €132.000), maar daalde vorig jaar eveneens (€130.000; HDN, landelijk). De belangrijkste oorzaak voor de afnames lijkt te liggen in de daling van het aantal woningtransacties en de stijging van het aantal oversluitingen.

Fiscale complexiteit
De stijging van het aantal leningdelen per hypotheek zette vorig jaar wel door. Sinds 2013, toen voor nieuw te sluiten hypotheken de eis van annuïtaire aflossing ging gelden, is het aantal leningdelen toegenomen van 1,70 tot 1,94 per hypotheek. Het aantal leningdelen neemt dus sneller toe dan het aantal aangevraagde hypotheken. Met name bij doorstromers en einde relatie is er sprake van meerdere leningdelen, met verschillende aflosvormen en perioden dat de hypotheekrente aftrekbaar is. Aanvragen met meer dan vijf leningdelen zijn inmiddels geen uitzondering meer en illustreren de toegenomen fiscale complexiteit, waar consumenten, adviseurs en de belastingdienst mee te maken hebben. Overigens worstelen ook geldverstrekkers met het toegenomen aantal leningdelen. Eén grote aanbieder kan er maximaal vier in het systeem registreren.

De grote geldverstrekkers trappen het seizoen af
In de eerste weken van het nieuwe jaar valt het hoge aantal renteverlagingen door bijna alle grote geldverstrekkers op. Alleen Rabobank, Aegon en NIBC blijven vooralsnog achter. Volksbank (SNS) verlaagde de rentetarieven al voor het label BLG. In de meeste gevallen ging het wel om beperkte wijzigingen, enkel Argenta en MUNT verlaagden met wat meer. De oorzaak van deze renteverlagingen ligt bij de basis van de hypotheekrente, de rente op Nederlandse staatsleningen. Deze is sinds medio november door alle internationale onrust fors gedaald, waardoor er momenteel voldoende ruimte lijkt te zijn voor aanpassingen in de hypotheekrente. Daarnaast lijkt de verhoogde activiteit te wijzen op een vroege start van het seizoen, mede in de hand gewerkt door de verruimde leennormen per 1 januari. Hoewel de politieke en economische situatie onzeker blijft, met de Brexit die zijn ontknoping nadert, afnemende economische groei en de dreigende handelsoorlog, verwachten we dat op korte termijn nog meer aanbieders hun tarieven zullen gaan verlagen.

Banken verder op achterstand door niet meedalende rente
Lloyds Bank maakte vorige week bekend dat klanten voortaan direct profiteren van een lagere rente als de hypotheek door (extra) aflossen of een waardevermeerdering van de woning in een lagere tariefklasse valt. Het verlagen van de risico-opslag op de hypotheekrente is de laatste jaren de standaard in de markt geworden. Ook NN heeft nieuw beleid voor tariefklassen aangekondigd, maar moet dat tot het tweede kwartaal van 2019 uitstellen omdat aanpassing van de systemen meer tijd vergt. Systeemtechnische beperkingen is een van de redenen waarom niet alle geldverstrekkers automatische verlaging van de risico-opslag in de rente kunnen gaan bieden. 

Hoge aanpassingskosten
Een andere belangrijke reden zijn de hoge kosten van de aanpassing. Geldverstrekkers mogen geen onderscheid maken in de rentetarieven voor nieuwe en bestaande klanten, waardoor automatische verlaging van de risico-opslag miljoenen euro’s zal gaan kosten voor aanbieders met een grote portefeuille bestaande klanten. Kosten die destijds niet waren ingeprijsd. Dit betekent opnieuw een concurrentienadeel voor met name de grootbanken, die de laatste jaren reeds marktaandeel verloren door de toegenomen vraag naar lange rentevaste perioden en de hogere rente voor aflossingsvrije hypotheken. 

Nieuws van De Hypotheekshop geeft een overzicht van de renteontwikkeling in de afgelopen weken. De verwachtingen die beschreven staan zijn altijd indicatief, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.